IS leest wetenschappelijke vakliteratuur


Palmyra

Sinds maanden vernietigen de terroristische milities van IS archeologische opgravingen in Syrië en Irak. Tegelijkertijd gebruiken ze de verkoop van antieke voorwerpen als bron van financiering. Het aanbod van stukken uit deze twee landen op de internationale kunstmarkt is geëxplodeerd. Archeologen helpen de terroristen onvrijwillig mee – omdat de terroristen gebruik maken van hun literatuur.

In de statistieken van de internationale criminaliteit staat de systematische diefstal en verkoop van culturele goederen nu op de derde plaats. Net achter de wapen- en drugshandel. De gestolen goeden gaan niet alleen naar verzamelaars uit het Midden-Oosten, maar komen ook op de westerse kunstmarkt terecht.

Archeologen zien daarbij steeds vaker de meest waardevolle stukken op de markt verschijnen. Archeoloog Andreas Schmidt-Colinet van de universiteit van Wenen heeft tegen de Oostenrijkse zender ORF gezegd dat hij vermoedt dat de rovers vakliteratuur gebruiken om precies te weten welke zaken ze moeten verschepen en welke ze met veel misbaar kunnen vernietigen. Vooral reliëfs uit Palmyra komen de laatste tijd op de markt, ziet hij. Omdat Palmyra waarschijnlijk is vernietigd, gaan de prijzen van die stukken enorm omhoog.

Na olie en afpersing is archeologie nu de derde inkomstenbron van IS. Daarmee financieren ze dood en verderf, maar dat houdt potentiële kopers niet tegen. Recent is op het vliegveld van Beiroet nog een grote lading spullen gevonden die waarschijnlijk uit Palmyra afkomstig waren. Ze stonden klaar om te worden gedistribueerd naar alle uithoeken van de wereld.

Wat kunnen de autoriteiten doen om dit tegen te gaan? Weinig, heeft Unesco recent toegegeven. De kans dat een koper wordt gepakt is in de meeste landen klein. En als al iemand voor de rechter verschijnt, is het moeilijk om te bewijzen dat het om gestolen goed gaat.