Nieuws

Inenting zorgt niet voor autisme


Het was in 1998 groot nieuws. De Britse arts Andrew Wakefield beweerde in een onderzoeksrapport dat er een link zou zijn tussen inentingen tegen onder andere mazelen en autisme. Kinderen zouden een grotere kans op de aandoening lopen als ze een prikje kregen. Het onderzoek werd gepubliceerd in het gerenommeerde medische vaktijdschrift The Lancet.

Maar niet veel later trok The Lancet het stuk terug. Onderzoek wees uit dat Wakefield de onderzoeksresultaten uit zijn duim had gezogen en bovendien onethische handelingen had verricht op autistische kinderen. Toch bleef het verhaal dat inentingen en autisme bij elkaar horen rondzingen, evenals het verhaal dat Wakefield het slachtoffer was van ‘de farmaceutische industrie’. Tijd dus, voor een nader onderzoek.

De Amerikaanse Lewin Group heeft in opdracht van de Amerikaanse overheid de zaak nog eens over gedaan. Ruim 95.000 kinderen werden jarenlang gevolgd. Daarvan ontwikkelden 994 autisme. Bestudering van hun achtergrond leverde geen enkele correlatie met inentingen op. Erfelijkheid (heeft een familielid autisme) was de meest duidelijke aanwijzing dat een kind autisme kan krijgen.

Maar ook deze kinderen krijgen door een inenting niet vaker autisme dan kinderen uit een familie waar de aandoening niet voorkomt. Het is definitief bewijs dat Wakefield zijn resultaten heeft verzonnen, wat sommige sites (‘Wakefield is erbij gelapt’) ook beweren. Inenten is belangrijk om ziektes als mazelen onder controle te houden.