Niet inademen: maanstof is giftig

Maankolonie afblazen?


Harrison Schmitt en het maanstof

Toen de Amerikaanse astronaut Harrison Schmitt (foto) in december 1972 als onderdeel van de Apollo 17 missie na een wandeling op de maan per ongeluk wat maanstof inademde, had hij een paar rottige momenten. Hij kreeg symptomen die hij beschreef als maan-hooikoorts. Zijn ogen kreeg hij nauwelijks open, hij niesde en had kriebels in zijn keel. Pas nu weten we waarom: de maan is giftig.

Onderzoekers hebben ontdekt dat maanstof een ernstige bedreiging is voor de gezondheid van astronauten. Tijdens laboratoriumproeven bleek dat zelfs maar één lepel giftig genoeg is om tot 90 procent van de longen- en de hersencellen te doden. De experimenten werden gedaan met kunstmatig gemaakt maanstof.

Dat het zo slecht is voor de mens, komt omdat het oppervlak van de stofdeeltjes vrij ruw is. Op de maan waait geen wind zodat de stofdeeltjes niet eroderen. Als dit stof diep wordt ingeademd door astronauten, snijden de scherpe randjes in de longcellen.

Het andere probleem is dat het stof elektrostatisch wordt opgeladen door zonnewinden. Daardoor heeft het de neiging aan om aan de astronauten te blijven kleven, als haren aan een ballon. Je ademt het dus al snel in.

Wetenschappers van de Stony Brook University in New York lieten maanstof los op menselijke longcellen en muishersenen. Met name het fijnkorrelige stof bleek bijzonder giftig en doodde tot 90 procent van de cellen. De onderzoekers ontdekten ook dat die cellen die niet onmiddellijk dood waren, tekenen van DNA-schade vertoonden die vervolgens tot kanker en andere ziekten konden leiden.

Het lijkt een vergezocht experiment, maar dat is het niet. De mens staat al een tijdje klaar om terug te keren naar de maan. Maar door de giftigheid van het stof is dat geen ongevaarlijk idee. De wetenschappers achter dit experiment stellen voor om rond een eventuele menselijke aanwezigheid op de maan grote schermen aan te brengen die negatief geladen zijn, dat moet het positief geladen stof aantrekken.