IJshockey is bijna niet te volgen


ijshockey

IJshockey is een razendsnelle sport. De spelers slaan de puck met zo’n kracht over het ijs dat die soms niet te volgen is.

Het spel gaat ontzettend snel. De spelers schaatsen over het ijs met snelheden van meer dan 32 kilometer per uur. Binnen een paar seconden kan het spel zich verplaatsen van de ene naar de andere kant van de ijsvloer.

De puck die de spelers in het doel van de tegenstander moeten krijgen, gaat nog veel harder. De puck van zwart gevulkaniseerd rubber bereikt snelheden van tussen de 140 en 160 kilometer per uur. Het record is 169,7 kilometer per uur en staat sinds 2009 op naam van de Slowaakse hockeyspeler Zdeno Chára (met 2,06 meter ook de langste speler ooit in de NHL).

Door de grote snelheden waarmee de puck over de ijsvloer wordt geslagen, is die door de ongeoefende toeschouwer soms even niet te volgen. Er is wel eens geprobeerd de puck opvallender te maken, om zo meer televisiekijkers te trekken.

In 1995 introduceerde ijshockeyfederatie NHL een puck met electronica, de FoxTrax-puck. Er zat een batterij in en twintig infrarood-lampjes die 30 keer per minuut knipperden. Met sensoren langs de baan kon de locatie van de puck precies worden bepaald. Vervolgens werd door een computer de puck op televisie blauw gemaakt en kreeg de puck een rood spoor als die met meer dan 80 kilometer per uur over het scherm werd geslagen.

De batterij in de puck ging echter maar 10 minuten mee en spelers klaagden dat de nieuwe puck te veel stuiterde. Twee seizoenen later werd de oude puck weer ingevoerd. Wie ijshockey wil kijken, moet dus toch zelf goed wakker blijven.