Nieuws

Ignobels: bananenschillen en poepende honden


Aan Harvard in de VS zijn de IgNobel Prijzen uitgereikt voor onderzoek dat ‘je eerst aan het lachen maakt en dan laat nadenken’. Ieder jaar worden zo wetenschappers geëerd die ‘belachelijk’ onderzoek doen. De uitreiking gaat altijd weer gepaard met een hoop ongein en tradities. De prijzen gingen dit jaar naar:

Een Japans team dat de frictie onderzocht tussen een straat, een bananenschil en een schoenzool. Conclusie: bananenschillen zijn daadwerkelijk glad. De meeste gladheid wordt veroorzaakt door de witte laag aan de binnenkant van de schil. De Japanners krijgen de prijs voor natuurkunde.

De IgNobel voor neurowetenschappen gaat naar Chinese onderzoekers die met een scanner probeerden te ontdekken wat er gebeurt in het brein van mensen die het gezicht van Jezus zien in een stuk toast. Dankzij dit onderzoek is nu bekend welke delen van de hersens verantwoordelijk zijn voor het zien van een plaatje dat er niet is (pareidolie).

Een Tsjechisch team kreeg de prijs voor gezondheidskunde voor hun studie naar de mentale gevaren van het hebben van een kat. De Tsjechen kwamen er achter dat veel jonge vrouwelijke kattenbezitters toxoplasmose hebben en dat hun persoonlijkheid daardoor enigszins verandert.

Een ander stel onderzoekers uit Tsjechië kreeg de prijs voor biologie. Zij ontdekten dat honden bij het poepen hun lichaam parallel zetten aan het aardmagnetisch veld en daardoor altijd noord-zuid gericht hun behoefte doen.

De prijs voor ‘poolwetenschappen’ ging naar een onderzoeker uit Noorwegen die onderzocht hoe rendieren reageren op mensen verkleed als ijsberen. Rendieren schrikken net zo van een menselijke ijsbeer als van een echte.