Niet ieder volk zegt netjes bedankt


bedankt in Laos

Er is een woord dat we vele malen per dag gebruiken, vaak zelfs zonder duidelijke aanleiding. ‘Bedankt’ is de smeerolie van onze maatschappij, zo dachten sociologen tot nu toe. Een zo vanzelfsprekend woord dat taalkundigen er van uitgingen dat alle volkeren het zouden hebben uitgevonden. Hoe kun je leven als je geen dankbaarheid kunt uitdrukken?

Maar nieuw onderzoek van het Max Planck Instituut voor Sociolinguïstiek in Nijmegen toont aan dat bedankt zeggen helemaal niet zo vanzelfsprekend is als we denken. Er zijn zelfs volkeren die het hele woord niet in hun vocabulaire hebben, ontdekten ze in Nijmegen.

Sprekers van Cha’palaa, een inheemse taal uit noordelijk Ecuador, zullen je bijvoorbeeld nooit bedanken, simpelweg omdat ze er geen woord voor hebben. Ook sprekers van het Siwu in Ghana vinden dankbaarheid een zo vanzelfsprekend concept dat ze de moeite niet nemen om het uit te spreken. Natuurlijk zijn ze dankbaar als je ze het zout aangeeft, daar hoef je toch geen woord voor te hebben?

Sommige andere talen hebben wel een woord om dankbaarheid uit te drukken, maar gebruiken dat zelden. In het Lao, de grootste taal van Laos (foto), kun je khop chai lai lai doe zeggen. Maar als je dat doet nadat de bakker je een stokbrood heeft verkocht, zal hij je vreemd aankijken. Je gebruikt het alleen in situaties waarin je een grote dankbaarheid moet uitdrukken. Bijvoorbeeld als de bakker net je leven heeft gered.

‘Bedankt’ is in sommige landen dus niet de smeerolie van de maatschappij, terwijl sociologen daar wel van uit gingen. Dat we dat dachten, komt omdat we in het westen overdreven veel bedanken. Van de onderzochte talen waren Engels en Italiaans het meest dankbaar. Daarin kun je zelfs bedanken voor iemands aanwezigheid. In Laos en Ghana lachen ze zich een kriek.