Hoe slecht zijn energiedrankjes?


energiedrankje

Hartritmestoringen, epileptische aanvallen, zelfs de dood: de lijst met aandoeningen die artsen toeschrijven aan het consumeren van energiedrankjes is lang en indrukwekkend. Maar dat toeschrijven is het grote probleem: valt het ook te bewijzen dat de drankjes erg slecht voor een mens zijn?

In de VS bekijkt de Food and Drug Administration momenteel zestien sterfgevallen tussen 2004 en 2012 om exact die vraag te beantwoorden. Van hun oordeel hangt de uitkomst van een aantal rechtszaken af. Want de nabestaanden van de vaak jonge slachtoffers willen dat de fabrikanten bloeden voor hun ongezonde product.

In Duitsland doet het Bundesinstitut für Risikobewertung (BfR) ook onderzoek. Hun eerste conclusies zijn net klaar: energiedrankjes zijn daadwerkelijk gevaarlijk, vooral in hogere doses. Twee drankjes is al genoeg. Ook de BfR onderzoekt een paar dozijn sterfgevallen om te zien of het alleen de nuttiging van energiedrankjes was die heeft gezorgd voor de dood.

Het is volgens de Duitsers vooral de combinatie van de werkzame stoffen Taurine, Glucuronolacton en Inosit die zorgt voor problemen. Hoe meer drankjes je neemt, hoe groter de kans op een dodelijke mix.

Zoals het zo vaak gaat bij dit soort ontwikkelingen, ook de Europese levensmiddelenautoriteit EFSA heeft inmiddels een duit in het zakje gedaan. Jonge kinderen zouden niet meer dan één drankje per dag moeten nuttigen, maar liefst helemaal geen. De EFSA concentreert zich op de cafeïne in de vloeibare energie, die slecht is voor de ontwikkeling van kinderen.

Wetenschappers hebben overheden al eerder opgeroepen iets aan de drankjes te doen. Verbieden lijkt voorlopig nog een brug te ver, waarschuwen kan wel. Het liefst op scholen, waar de doelgroep zit.