Nieuws

Het klassensysteem is springlevend


Goede vraag rond de Dag van de Arbeid: bestaat de klassenmaatschappij eigenlijk nog? Ooit deelden we de maatschappij in drie klassen: arbeiders, middel en elite. Die kijk op de mensheid is tegenwoordig te simpel, zeggen onderzoekers van de London School of Economics in Groot Brittannië. Ze ondervroegen duizenden Britten naar hun klassenbewustzijn en kwamen tot de conclusie dat de verschillen tussen de klassen alleen maar groter is geworden, net als het aantal klassen, zeven nu. Dit zijn ze.

De elite. Ze hebben een inkomen van meer dan 100.000 euro netto en een huis van gemiddeld 380.000 euro. Ze maken 6 procent van de bevolking uit en bevolken het theater, de concertzaal en de opera. Ze gaan vooral met andere leden van de elite om.

Traditionele middenklasse. Ongeveer 25 procent van de bevolking, 55.000 euro netto per jaar. Ze hebben veel contacten, maar niet op het niveau van de elite. Zeer geïnteresseerd in populaire cultuur.

Technische middenklasse. Met 43.000 euro iets armer, maar wel veel spaarzamer. Weinig sociale contacten, vaak met anderen uit dezelfde klasse. Slechts 6 procent van de bevolking.

Welvarende arbeider. Met 35.000 euro inderdaad geen arme drommel. Deze klasse spaart echter weinig. Populaire cultuur is populair, evenals sociale contacten binnen de eigen klasse. 15 procent van de bevolking.

Traditionele arbeidersklasse. Met 15.000 euro duidelijk armer. Heeft niet veel met hoge en lage cultuur, spaart wel iets meer dan de welvarende arbeider. Weinig sociale contacten, 14 procent van de bevolking.

Ambitieuze dienstverleners. Hebben grote interesse voor populaire cultuur en verdienen met 24.500 euro best aardig. Huizen en spaarbezit hebben ze echter niet. Ze hebben veel sociale contacten en maken 19 procent van de bevolking uit.

Precariaat. Een samentrekking van proletariaat en precair. Mensen die op de rand van de samenleving balanceren. Met 9000 euro komen ze nauwelijks rond, spaargeld is er niet. Onttrekken zich aan sociale contacten en zijn niet geïnteresseerd in cultuur. Ongeveer 15 procent.

Deze indeling geldt voor Groot-Brittannië, maar lijkt ook toepasselijk op andere westerse landen met een vergelijkbare sociaal-economische status als Nederland en België. De Great British class survey, zoals de studie heet, is via de website van de BBC te raadplegen.