Gruwelijke natuurramp in de diepzee


diepzee

De diepzee ligt vol met bodemschatten die de directies van grote bedrijven doet likkebaarden. Mangaan, goud, nikkel en zelfs kolen: in de oceaanbodem zijn ze in grote hoeveelheden voorradig. En technisch is het al mogelijk om deze ruwe materialen naar boven te halen. Maar toch moet de mensheid heel goed nadenken of we dat we willen. De schade die we daarbij aanrichten is namelijk enorm.

Daarvoor waarschuwt de Universiteit Utrecht na onderzoek. De Nederlanders bekeken met hulp van Duitsers en Belgen een stuk diepzee dat in 1988 als proef voor diepzee mijnbouw heeft gediend. Het gaat om dik tien vierkante kilometer in de zuidelijke Stille Oceaan. Daar werden toen mangaanknollen van de bodem geschraapt.

Zelfs nu, bijna dertig jaar later, is de bodem daar nog niet van herstelt, zagen de onderzoekers. Een soort ploeg heeft in 1988 in totaal 78 keer over de bodem geschraapt en daarbij een heel ecosysteem vernietigd. Dat is sindsdien niet meer in de oude vorm teruggekeerd. In vergelijking met niet-verstoorde zeebodem leven er maar half zoveel dieren en planten.

Vooral mosselen, kwallen en koraal zijn verdwenen. Maar daarmee ook dieren die in of van deze dieren en planten leven. En de dieren die deze dieren weer eten. Dankzij de mijnbouw heeft er een gruwelijke natuurramp plaatsgevonden in de diepzee die misschien nog eens dertig jaar gaat duren. Vandaar dat de onderzoekers pleiten voor meer natuurbescherming op grote diepte.

Zou het zin hebben? In het Clarion-Clipperton gebied van de Stille Oceaan is een bedrijf opnieuw bezig met het experimenteren met mijnbouw. In dit gebied, ten zuiden van Hawaï, liggen grote hoeveelheden koper, nikkel en mangaan in de oceaanbodem. Het zou een waarde hebben van miljarden euro’s. Maar is het de enorme schade aan het milieu wel waard?