Groot stuk oceaan warmt niet op, maar koelt juist af


In de dieptes van de Stille Oceaan is het donker en koud – en ondanks de mondiale opwarming wordt het daar alleen maar kouder. De oorzaak is een periode van afkoeling die begon in de zestiende eeuw.

Hoewel de mondiale oppervlaktetemperatuur van de oceanen toenemen, is dat nieuws nog niet doorgedrongen tot het water op de bodem van de stille oceaan. Uit nieuw onderzoek blijkt dat de ontwikkeling van de temperatuur daar een paar eeuwen achterloopt.

Het klimaat variëert altijd wel. Regionale opwarming of juist periodes van afkoelen, zoals de Kleine IJstijd, zijn bekend. Wat aardwetenschappers wilden weten is wat de invloed van het klimaat aan de oppervlakte is op de diepten van de oceaan.

Met de Kleine IJstijd wordt de relatief koude periode bedoeld die duurde van de vijftiende tot en met de negentiende eeuw. Gemiddeld lag de temperatuur tijdens de Kleine IJstijd in West-Europa zo’n 1 à 2 graden onder de waarden die tegenwoordig worden bereikt.

Het was niet écht een ijstijd, omdat het een regionaal fenomeen was, dus niet dat de hele aarde onder het ijs zat. Maar de effecten waren wel overal te zien, inclusief de oceaan. De circulatie in de Stille Oceaan duurt enorm lang. Als water eenmaal naar beneden zakt, is het afgesloten van de atmosfeer en de temperatuur daar. Er wordt geschat dat het wel 8 tot 14 eeuwen kan duren voordat het klimaat boven invloed heeft op het water beneden.

Water dat tijdens de Kleine IJstijd aan het oppervlakte zat, is mogelijk nog steeds het diepe oceaanwater aan het afkoelen tijdens de afdaling naar beneden. Het water is zo oud en zo lang niet in de buurt van de oppervlake geweest, dat het zich nog steeds ‘herinnert’ hoe het honderden jaren geleden was toen Europe een van de koudste winters in de geschiedenis beleefde, aldus een van oceanografen.

Het team van onderzoekers gebruikte gegevens en computersimulaties om te bepalen hoe de circulatie in de Stille Oceaan verloopt sinds 1870. In de jaren negentig van de vorige eeuw zijn er temperatuurmetingen gedaan op twee kilometer diepte. Datzelfde werd tussen 1872 en 1876 gedaan door wetenschappers aan boord van de HMS Challenger, die maar liefst vijfduizend keer een thermometer lieten zakken tot twee kilometer diepte.

Die data en recente gegevens zijn met elkaar vergeleken. De conclusie is dat de oceaan op twee kilometer diepte aan het afkoelen is, ondanks de opwarming aan de oppervlakte. Het verschil is maar klein: tussen de 0,02 en 0,08 graden Celsius, maar verlegeken met de mondiale opwarming is het een opmerkelijk resultaat. Het betekent ook dat schattingen van hoeveel warmte de aarde absorbeert niet kloppen. Het zou wel eens 30 procent minder kunnen zijn.