Nieuws

Tibetaanse genen hoogte-proof


Wij laaglanders kunnen tot op zeker hoogte wennen aan leven in de bergen. Maar het talent hebben we er niet voor. Daarvoor missen we minstens 10 unieke genen die nodig zijn voor een gezond bestaan in hooggebergte. Tibetanen hebben ze in huis.

Deze Tibetaanse vroeg bezit de juiste genen voor bergleven

Deze Tibetaanse vrouw bezit wel de juiste genen voor het bergleven

De uitkomsten van een gezamenlijk onderzoek van University of Utah en Qinghai University wijzen op eeuwen van natuurlijke selectie. Tibetanen wapenen zich genetisch tegen secundaire polycythemia, waarbij het lichaam – bij gebrek aan zuurstof – te veel rode bloedcellen aanmaakt om ter compensatie maar zoveel mogelijk beschikbare zuurstof uit de lucht te kunnen opnemen.

In geval van een tijdelijke hoogtestage, zoals bij atleten voor belangrijke laagland wedstrijden, levert het voordeel op. Maar bij langdurige overproductie op zeer grote hoogten kunnen de bloedcellen het bloed stroperig maken en zo een gevaar opleveren voor de doorstroming.

Symptomen variëren van duizeligheid tot trombose, beroerten en hartinfarcten. Andere gezondheidsrisico’s zijn hoge bloedruk en zwellingen in longen en hersenen. Bij de Aziatische bergbewoners blijft overproductie aan rode bloedcellen achterwege.

Eerder ontdekten wetenschappers al hoe bewoners van de Andes en andere hooggebergten in de wereld zich hebben aangepast aan het leven op niveau. De genetische aanpassing door de Tibetanen is echter uniek.

Beeld: Reurinkjan