Nieuws

Gevangenschap krimpt tijgerkop


Grote katachtigen die in gevangenschap leven, krijgen na verloop van tijd een andere kop dan hun wilde neven en nichten. Hoogstwaarschijnlijk komt dat door het voer dat ze in de dierentuin krijgen. Dat zeggen onderzoekers van onder andere de University of South Carolina in de Verenigde Staten.

In het wild moeten katachtigen flink kauwen om hun eten binnen te krijgen. Ze knagen op verse karkassen om het vlees van de botten te schrapen. Dat zijn langdurige processen, waardoor de spieren van de kop steeds opnieuw worden getraind en groeien.

Dieren in gevangenschap krijgen meestal mooie hompen vlees, zonder botten. In veel dierentuinen wordt dat vlees ook nog eens in stukjes gesneden of zelfs door de gehaktmolen gehaald. Dat maakt de porties makkelijker te verdelen, zodat er niet om wordt gevochten.

Gevolg is dat de beesten veel minder hoeven te kauwen, het is hap, slik, weg. Spieren in hun kop worden minder aangesproken en er staat minder kracht op de schedel. Ze krijgen daardoor een 15 procent smaller gezicht, zagen de onderzoekers door het maken van 3D scans van grote katachtigen. De schedel (spieren en bot) krimpt door dit dieet.

Dierentuinen zouden meer skeletten als voer moeten gebruiken, zeggen ze in vakblad PlosOne. Dan krijgen de dieren een natuurlijker uiterlijk en hebben ze meer te doen.