Genen voor ADHD gevonden


genen voor adhd

Er zijn twaalf genen gevonden die het risico op ADHD verhogen. Een internationaal team van onderzoekers, waaronder Nederlandse Radboudumc-onderzoekers, publiceert hierover in Nature Genetics. Hoewel deze twaalf genen een bescheiden rol spelen in het ontstaan van ADHD, is deze studie een zeer belangrijke stap in het begrijpen van de biologie van de aandoening.

Veel psychiatrische aandoeningen hebben een genetische basis. Dit geldt met name voor ADHD, waarbij het risico op de aandoening volgens eerder onderzoek voor 75 procent erfelijk is. Maar welke genen? Dat bleef een mysterie. Onderzoekers van het Psychiatric Genomics Consortium hebben nu de erfelijke variaties vergeleken in het complete DNA van 20.000 mensen met, en 35.000 mensen zonder ADHD. Hieruit kwamen twaalf locaties in het DNA naar voren die een verhoogd risico geven op het krijgen van ADHD.

Dat er niet eerder genen gevonden zijn die gekoppeld zijn aan ADHD heeft te maken met het kleine effect dat één gen heeft op het risico op de aandoening. Naar schatting zijn er wel duizenden genen betrokken bij het ontstaan van ADHD. Wat nu gevonden is, is dus nog maar het topje van de ijsberg. Maar het helpt wetenschappers beter te zoeken naar de genetische mechanismes achter deze aandoening.

Enkele van de gevonden genen hebben een functie in de communicatie tussen hersencellen, terwijl andere genen belangrijk zijn voor functies als leren. Ook het gen dat betrokken is bij de motoriek van de mond en tong speelt een rol. Het kan verklaren waarom ADHD vaak samen met spraak-taalstoornissen optreedt.