Nieuws

Gapen bij baby’s niet aanstekelijk


Als één iemand gaapt, dan zit al snel de hele kamer met de mond wijd open. Alleen bij baby’s en autisten werkt het niet zo.

Gapen werkt aanstekelijk. Sinds een paar jaar weten we dat het fenomeen ‘gaapbesmetting’ een teken is van goed ontwikkelde empathie bij mensen. Je gaapt om de ander te laten merken dat jij ook moe bent; dat je de ander niet bedreigend vindt.

Als hij gaapt, dan moeten wij ook gapen. Maar omgekeerd werkt het niet zo.

Wetenschappers zijn er nu achter dat dit gedrag is aangeleerd. Baby’s en autisten zijn namelijk niet gevoelig voor gapende mensen om zich heen.

Onderzoekers van de universteit van Connecticut lieten 120 kinderen in de leeftijd van 0 tot 6 jaar een flink potje gapen. Het resultaat is dat kinderen tot 4 jaar daar niet door worden beïnvloed. Ze blijven hun eigen ding doen. Pas vanaf 4 jaar trekken kinderen wel hun mond open als anderen gapen.

Ook dertig autistische kinderen tussen 6 en 15 jaar hadden nergens last van. Bij autisme is onder meer sprake van een storing in het vermogen om empathie te voelen. Door niet gevoelig te zijn voor andere gapers, toonden de autisten aan dit soort sociale signalen niet op te pikken.

De studie staat in het vakblad Child Development.

Hoe zit dat bij dieren?
Veel dieren geeuwen. Honden, leeuwen, bavianen, zelfs vogels en honden gapen
Bij veel dieren is gapen een manier om hun scherpe tanden te laten zien
Ze tonen vijanden daarmee dat ze moe zijn, maar toch gevaarlijk

eeld © Gecreations | Dreamstime.com