Nieuws

Flirtende stadsvogels hebben ‘t moeilijk


Vrijgezelle stadsvogels hebben een probleem, dat ontdekte Wouter Halfwerk, onderzoeker aan de Universiteit van Leiden. Vrouwtjes vinden mannetjes aantrekkelijk wanneer ze laag zingen, maar lage liedjes komen bijna niet boven het stadsrumoer uit. Hogere zangstemmen zijn wel goed te horen, maar worden onaantrekkelijk gevonden.

Foto: Harmen de Vries

Vogels communiceren via hun liedjes en met hun aria’s proberen ze onder andere vrouwtjes te paaien. Wát de koolmeesmannen voor de vrouwtjes zingen is niet zo belangrijk, op welke toonhoogte ze dat doen wel. Koolmeesvrouwtjes vinden mannen die laag zingen aantrekkelijk omdat ze waarschijnlijk groot zijn. Wouter vertelt Faqt: “Grotere vogels hebben een grotere borstkas en een langere luchtpijp van de borst naar de bek waardoor ze lager kunnen zingen dan een kleinere vogel.” En grote, sterke vogels zijn nou eenmaal aantrekkelijker dan schriele fluiters.

Wouter verschool zich in voorjaar van 2009 en 2010 drie maanden in een Drents natuurgebied om uit te vinden wat stadsgeluiden met de zang van koolmeesmannen doet. Wouter: “De kenmerken van stadsgeluiden zijn dat het continue is en dat de geluiden laag zijn. We hebben kunstmatig stadsgeluid gemaakt, waar geen autotoeters in zaten waar de vogels van konden schrikken, en hebben dat door middel van luidsprekers aan de Drentse koolmezen laten horen. Doordat de omgeving zo stil was, konden we het geluid harder en zachter zetten en de resultaten meten.”

Foto: Allxan

Hoe harder de stadsgeluiden, hoe groter het flirtprobleem. “Maar”, vertelt Wouter, “alle mannetjes zitten in hetzelfde schuitje. Zowel de grote gezonde aantrekkelijke vogels als hun schriele soortgenoten moeten hoger zingen om gehoord te worden, ze kunnen zich niet meer met toonhoogte onderscheiden. Wat we nu zien is dat mannetjes sneller gaan zingen om indruk te maken op vrouwtjes.” Er zijn meer diersoorten die dit doen, waaronder krekels.

Uit Wouters onderzoek bleek ook dat koolmeesvrouwtjes het meest trouw zijn aan mannen die laag zingen. Wouter: “Bij koolmezen voeren beide ouders kinderen. Door van het mannetje dat denkt dat hij de vader is, de moeder en de kinderen DNA af te nemen, was te zien wie de echte ouders waren. In dertig procent van de gevallen zaten er buitenechtelijke jongen in het nest. In sommige nestjes vond je geen één jong van de vader die de kinderen voerde terwijl hij verderop wel weer kinderen had.”

Wouters onderzoek is gepubliceerd in ’t wetenschappelijke tijdschrift PNAS.

Follow Faqtman on Twitter