Financiële markt is topsport


aandelenmarkt

Als de beurs omhoog gaat, brullen ze als een voetballer die in de 89ste minuut de finale wint. Als de markt naar beneden gaat voelen ze fysiek pijn en kunnen ze zelfs een kleine depressie krijgen – tenzij ze op een neergaande markt hebben gegokt natuurlijk. We hebben het over de mannen (en paar vrouwen) die in de derivatenhandel zitten.

De Duitse socioloog Stefan Laube (Goethe universiteit Frankfurt) vond deze wereld zo interessant dat hij er niet alleen op promoveerde, maar er nu ook een boek over schreef.

In dat boek beschrijft hij het werken in de derivatenmarkt als topsport. Werkdagen van twaalf uur zijn geen uitzondering en traders gaan soms maar één keer per dag naar de wc, bang als ze zijn om iets te missen. Pauzeren om een broodje te eten is er ook niet bij, aan hun bureau stoppen de handelaren snel iets naar binnen. Na sluitingstijd gaat het werk gewoon door, via tablets en smartphones worden de koersen op buitenlandse markten gevolgd.

De traders omschrijven hun werk tegenover Laube als letterlijk een constante worsteling. Ze zien de markt als een levend wezen, ontdekte hij. Dat doet soms wat je wilt, waardoor er de sfeer ontstaat van een gewonnen wedstrijd, soms gaat het de verkeerde kant op. De handelaren praten daar in fysieke termen over, ze hebben pijn, of ‘liggen scheef’. Gaat het goed mis, dan worden ze echt misselijk, als een topsporter die ‘doodziek’ is dat ze de wedstrijd heeft verloren.

Het is geen plek voor gevoelige types dus. Het is een zeer lichamelijk vak, waarbij niet alleen een goed stel hersens belangrijk is, maar ook een soort extra zintuig. Zo stelde Laube vast dat de handelaren ook zonder scherm weten of de markt heftig beweegt. Dan gaat het volume van de stemmen in de handelsruimte omhoog. Ervaren handelaren weten dat en rennen dan snel terug naar hun scherm, mochten ze op hun enige plaspauze van de dag zijn.