Europees Parlement wil af van geknoei met klok


geknoei met klokken

Het Europees Parlement wil in 2021 af van het twee keer per jaar verzetten van de klok. Eerder was nog besloten dat de lidstaten daar zelf over zouden gaan, maar het parlement wil niet dat er in de Unie een lappendeken aan tijdzones komt.

Meer dan 80 procent van de Europeanen is voor het afschaffen van winter- en zomertijd. Dat is de uitkomst van een enquête vorig jaar over het halfjaarlijkse geknoei met de klokken door de Europese Unie. Dik 5 miljoen mensen hebben een vragenlijst hierover ingevuld. Dat is het hoogste aantal deelnemers aan een Europese enquête ooit.

Maar wat moet het worden? Zomer- of wintertijd? Jean-Claude Juncker, voorzitter van de Europese Commissie, heeft eerder gezegd een ‘eeuwige zomertijd’ te willen. Er is alleen één probleem: onze oorspronkelijke tijd is de wintertijd. Afschaffen van wintertijd is dus eigenlijk het afschaffen van de standaardtijd die we al een dikke eeuw hebben.

Binnenkort gaat de zomertijd weer in. We schuiven de klok dan in de nacht van zaterdag of zondag een uurtje vooruit, waardoor het ’s avonds later donker wordt en de zon ’s ochtends niet zo vroeg opkomt. Het idee daarachter is dat vooral boeren, bouwvakkers en andere buitenwerkers langer daglicht hebben. Daardoor zouden de Europese staten nogal wat energie besparen omdat er minder kunstlicht nodig is. Ondanks dat de energiebesparing nooit goed is bewezen, zijn zomer- en wintertijd al veertig jaar een blijvertje.

Terwijl het aanwijsbaar niet goed is voor de gezondheid. Een Australische studie (geplubliceerd in Sleep and Biological Rhythms) toonde in 2008 aan dat vooral mannen in de eerste weken van de zomertijd meer zelfmoord plegen dan op andere momenten van het jaar. Uit een Zweeds onderzoek uit hetzelfde jaar bleek dat in de eerste drie dagen van de zomertijd 6 tot 10 procent meer hartaanvallen plaatsvinden.