Eten buiten de deur


groente en fruit

Wat hebben tomaten, aardappels, uien en aardbeien met elkaar gemeen? Ze komen niet uit Europa, maar horen toch bij onze cultuur. Zelfs de meerderheid van de planten die we eten, komt niet bij ons vandaan, maar zijn ergens de afgelopen eeuwen onmiskenbaar Europees geworden. Zoals de aardappel, die oorspronkelijk uit Amerika komt. Voor Columbus was het een onbekende groente. Nu is het de hoeksteen van de Nederlandse keuken.

Dat fenomeen is niet alleen beperkt tot ons land. Tomaten zijn niet meer weg te denken uit de Italiaanse keuken, maar waren tot de Middeleeuwen daar onbekend. Chilipeper is onmisbaar voor wie Thais gaat koken, maar toch kenden ze de scherpe groente tot voor een paar eeuwen nog niet, blijkt uit onderzoek van de universiteit Wageningen.

Wereldwijd eten mensen 68 procent planten die oorspronkelijk uit een ander werelddeel komen. Uien komen bijvoorbeeld uit Azië, maar hebben een internationale opmars gemaakt. De appel komt wel uit noordelijk Europa, maar heeft de omgekeerde weg bewandeld, richting Azië en Amerika.

Het eten van internationale planten is niet voorbehouden aan geïndustrialiseerde landen. De onderzoekers vonden in het Afrikaanse Malawi een keuken die drijft op bonen en cassave (oorspronkelijk van het Midden-Amerikaanse continent), rijst en bananen (Azië) en bonen uit Zuid-Amerika.

Het meest bont maken het Australië en Nieuw-Zeeland. Daar is bijna 100 procent van de groente en fruit uit het buitenland. Zelfs de kiwi komt uit China. De minst experimentele keuken is die van Cambodja, waar slechts 20 procent van de groente van elders komt.

Het aandeel vreemdelingen in onze keuken neemt verder toe; we eten nu al 5 procent meer ‘buitenlands’ dan in 1961. Dat komt door een verregaande globalisering. Vooral vette planten als olijven zijn erbij gekomen in onze keuken; ze bleken gezonder dan de dierlijke vetten die we tot nu toe gebruikten.