Eskimo’s en Apaches zijn familie van elkaar


Ze leven wel 5000 kilometer van elkaar, het ene volk in de hete woestijn, de andere op de koude ijsvlaktes. Maar toch zijn eskimo’s en apaches naaste familie van elkaar. Dat zeggen genetici die het DNA van de oorspronkelijke inwoners van noordelijk Amerika en Siberië in kaart hebben gebracht.

Beide volkeren zijn nazaten van wat onderzoekers van het Max-Planck-Instituut de ‘paleo-eskimo’s’ noemen. Dat is een volk dat uit Siberië kwam en 5000 jaar geleden over de Bering Straat naar Alaska liep. Daar mengden ze zich met de oorspronkelijke bevolking van Noord-Amerika, die duizenden jaren eerder aan was gekomen. Ook uit Siberië.

In de millennia daarna was er druk verkeer over de Bering Straat, heen en terug, tonen de Duitsers aan. In het vaktijdschrift Nature schrijven ze hoe ze via de genetische opbouw van mensen in zowel Azië als Amerika hebben vastgesteld dat de paleo-eskimo’s een paar keer heen en weer trokken over de nauwe zeestraat tussen Siberië en Alaska. Iedere keer brachten ze vers erfgoed van het ene continent naar het andere.

Zo’n 800 jaar geleden was het uit met de pret. De paleo-eskimo’s vestigden zich permanent in Noord-Amerika. Het waren de voorvaders van de huidige Inuït van Canada en Groenland. Als groep verdwenen ze, als stukjes DNA leven ze voort in allerlei stammen. Driehonderd jaar na hun aankomst, kwamen de Europeanen op het continent en brachten een heel nieuw soort genetisch erfgoed met zich mee. Of omgekeerd?