Nieuws

Ebola niet zeer besmettelijk


Omdat in Spanje de eerste Ebola-infectie buiten Afrika heeft plaatsgevonden, beginnen steeds meer mensen zich zorgen te maken over de ziekte. Hoe krijg je het, wat doet het met je en hoe kom je er weer vanaf?

Het meest verrassend is dat Ebola helemaal niet zo’n besmettelijke ziekte is. Een zieke infecteert gemiddeld twee anderen. Vergelijk dat eens met HIV (vier nieuwe patiënten), de bof (tien) en mazelen (achttien), ziektes die veel besmettelijker zijn. Je krijgt Ebola dan ook alleen door aanraking met lichaamsvloeistoffen, vooral bloed, van iemand die de ziekte ook heeft.

Je kunt dus in de bus naast een persoon met Ebola zitten en niet ziek worden. Zelfs niet als die persoon niest, het virus wordt vrijwel niet via de lucht verspreid. Bovendien zijn mensen alleen besmettelijk op het moment dat ze symptomen vertonen. Dan zijn ze vaak al zo ziek, dat ze zich melden bij een ziekenhuis of arts.

Veel mensen die Ebola krijgen, werken dan ook in ziekenhuizen, zoals de Spaanse vrouw die nu besmet is. Door beschermende kleding te dragen (en naderhand te vernietigen) kan besmetting worden tegengegaan, waardoor het aantal nieuwe patiënten snel daalt. Ook de lijken van overleden patiënten zijn in Afrika een bron van veel besmettingen. Vandaar dat speciale teams de overledenen ophalen in beschermende kleding en het lijk dan snel cremeren.

De symptomen van Ebola lijken aanvankelijk op die van een zware griep: hoofdpijn, gewrichtspijn en diarree. Na ongeveer een week beginnen de meeste patiënten te bloeden uit slijmvliezen als mond, neus en vagina. Ook hoesten ze soms bloed op. Dit is de zeer besmettelijke fase. Sommige organen vallen uit en de patiënt verzwakt snel.

Ongeveer een derde van alle patiënten overleeft deze fase en begint aan een langzaam herstel. De meeste mensen gaan door het uitvallen van één of meerdere organen dood. Sterfgevallen vinden meestal in de tweede week van de ziekte plaats.