Nieuws

Dure schilderijen zijn in


Bij een veiling in New York heeft het schilderij ‘De Schreeuw’ 120 miljoen dollar opgebracht. Daarmee past het in een trend.

Wat koopt de persoon die alles al heeft? Dure schilderijen, zo lijkt het. In de jaren tachtig ging het Japan economisch voor de wind. Eigenaren van bedrijven als Sony en Toshiba werden zo rijk dat ze niet goed wisten wat ze met hun geld aanmoesten.

250 miljoen dollar.

Dus gingen ze investeren in Europese schilderijen, vooral van Vincent van Gogh. Dat zorgde voor een bied-oorlog die de prijzen van impressionisten liet exploderen.

Het gevolg was dat de schilderijen zo duur werden, dat niemand ze meer kon betalen, zelfs niet de Japanse miljardairs. Die hadden immers niemand die nog rijker was om de schilderijen aan te verkopen.

Een zelfde mechanisme lijkt nu aan het werk te zijn. De afgelopen tien jaren zijn recordprijzen betaald voor schilderijen.

120 miljoen dollar.

‘De Schreeuw’ van Edvard Munch is met 120 miljoen dollar niet eens het duurste schilderij ter wereld, dat is ‘De Kaartspelers’ van Paul Cézanne, dat vorig jaar voor 250 miljoen dollar werd gekocht door de koninklijke familie van Qatar.

Zeven van de tien duurste schilderijen ter wereld werden de afgelopen tien jaar verkocht, een teken dat de economie in het eerste decennium van de nieuwe eeuw hard groeide.

140 miljoen.

De smaak van al die nieuwe rijken is nagenoeg hetzelfde: (post-)impressionisten als Van Gogh en Cézanne doen het goed, evenals abstracte expressionisten als Willem de Kooning en Jackson Pollock.

Gelet op de prijsstijgingen van schilderijen zijn er twee duidelijke winnaars als je hebt belegd in schilderijen: Pablo Picasso en Vincent van Gogh. Werken van beide schilders zijn afgelopen eeuw het vaakst van eigenaar gewisseld en hebben de snelste prijsstijging doorgemaakt. Beide schilders konden hun schilderijen tijdens hun leven vaak aan de straatstenen niet kwijt.

Follow Faqtman on Twitter