Driekwart Romeinse keizers stierf door geweld


Het was een van de gevaarlijkste banen in de wereld: keizer van Rome zijn. De kans dat je een mes in je rug kreeg, was erg groot, driekwart stierf door geweld. Dat was meestal een moordaanslag, hoewel sommige keizers ook stierven tijdens oorlog. Dat hebben datawetenschappers van het Instituut voor Wiskunde en Data in het Braziliaanse São Paulo berekend, na een analyse van alle 69 Romeinse heersers.

Het meest link was het voor een keizer net nadat hij tot keizer was gemaakt. Wie het eerste jaar overleefde, zag het risico op een gewelddadige dood daarna steeds ietsje afnemen. Tot het dertiende jaar van de heerschappij, wanneer het risico ineens weer enorm toenam. Wat er na dertien jaar gebeurde dat het zo gevaarlijk was, is niet bekend. Maar de Romeinse elite was de meeste keizer dan zo beu, dat het tot moord kwam.

Slechts een handvol keizers stierf door ziekte of ouderdom. Tot die paar behoorden Marcus Aurelius en Augustus.

Misschien het beste voorbeeld van het gevaarlijke keizerschap was Julius Caesar. Hij heerste slechts vier jaar totdat rivaliserende Romeinse aristocraten hem met 23 messteken om het leven brachten. Hij was daarmee een typische keizer, door vroeg dood te gaan.

De Romeinse keizers volgen daarmee het Pareto-principe, ook wel bekend als de 80/20 wet. Die zegt dat algemene gebeurtenissen vaak rond 80 procent van de tijd voorkomen. Uitzonderlijke gebeurtenissen – als een keizer die door ouderdom sterft – gebeuren rond de 20 procent van de tijd. Het is voor politici van onze tijd misschien een opsteker dat het vak minder gevaarlijk is geworden.