Nieuws

Dino’s: eerst vleugels, dan vliegen


Het is een klassiek raadsel: wat was er eerder, de kip of het ei? Paleontologen hebben hun eigen versie: wat hadden de voorlopers van de huidige vogels eerder, veren of het vermogen daarmee te vliegen? Wetenschappers van de Bayerische Staatssammlung für Paläontologie und Geologie denken dat ze er uit zijn: eerst kwamen de veren.

Ze hebben fossielen van een dinosauriër onderzocht die misschien wel als eerste wezen ooit de lucht koos, de Archaeopteryx. Een zeer goed geconserveerd fossiel van deze soort werd in 2011 gevonden en is door de Duitsers sinds die tijd uitgebreid bestudeerd. Daarbij waren ook de veren van het dier aan een nader onderzoek onderworpen.

Die tonen aan dat ze vooral dienden om het dier warm te houden. Maar door de vorm waarin ze toevallig waren geplaatst, stelden ze de Archaeopteryx ook in staat voorzichtig te vliegen. Dat zullen aanvankelijk hupsjes zijn geweest en zeilvluchten vanaf hoge rotsen. Dat is handig om vijanden te ontlopen; door evolutie bleven de dieren met de beste veren lang genoeg leven om nakomelingen te krijgen. Daardoor ontstonden de eerste vliegende dino’s. Dat zijn de voorlopers van onze vogels.

De onderzoekers worden in deze mening gesterkt door onderzoek van een ondersoort van de T-rex. Een fossiel van een baby van deze diersoort bleek na onderzoek met röntgenstralen een soort donzen veren te hebben. Daarmee was vliegen absoluut niet mogelijk, maar het was wel lekker warm. Daarom, denken de Duitsers, is de ontwikkeling van veren tot een manier om te vliegen puur toeval.

Het Duitse onderzoek is na te lezen in het wetenschappelijke tijdschrift Nature.