Nieuws

Dino’s ademden andere lucht


In de film Jurrasic Park vinden onderzoekers het dna van dinosauriërs in barnsteen, gefossiliseerde boomhars. Daarmee klonen ze dino’s weer tot leven. In het echt kan dat niet, dna overleeft zo’n lange periode niet. Maar toch kan barnsteen wel degelijk als een oeroude tijdcapsule dienen.

Paleontologen van de universiteit van Innsbruck, Oostenrijk, hebben in barnsteen bladeren gevonden van 120 miljoen jaar geleden. Die bladeren waren op het moment dat ze werden ingesloten door de hars druk bezig met fotosynthese. Door dat bevroren proces goed te bestuderen, zijn de Oostenrijkers er achter gekomen dat er in die tijd veel minder zuurstof in de lucht zat.

Wij ademen 21 procent zuurstof in. Zo’n 120 miljoen jaar geleden zat er maar 15 procent zuurstof in de atmosfeer. Dat betekende dat dinosauriërs veel meer moeite moesten doen om hun longen vol met zuurstof te krijgen. Dat heeft weer grote consequenties voor onze kennis van die beesten. Konden ze bijvoorbeeld wel lange einden rennen?

Maar de belangrijkste vraag is waarom de dino’s zo groot werden. Tot nu toe was de theorie dat er vroeger juist meer zuurstof in de atmosfeer zat, waardoor dieren vele malen groter werden dan vandaag de dag. Die uitleg kan dus bij het oud vuil. De Oostenrijkers willen ook oudere barnsteen gaan onderzoeken om te zien of het zuurstofgehalte anders was toen de dinosauriërs ontstonden.

Waardoor was er weinig zuurstof in de lucht? De onderzoekers denken dat het door vulkaanuitbarstingen zou kunnen komen. Die brengen zo veel koolstofdioxide in de atmosfeer dat het de zuurstof verdunt, schrijven ze in het vakblad Geochimica et Cosmochimica Acta.