De aarde is er vroeg bij


aarde

Ongeveer negentig procent van alle ooit bestaande aarde-achtige planeten moet op dit moment nog ontstaan, denken astronomen. Deze berekening zijn afgeleid van gegevens van de ruimtetelescopen Hubble en Kepler. De aarde is er gewoon erg vroeg bij in het universum.

Onze aarde is niet zo bijzonder als we lang hebben geloofd. De ontdekkingen van de aarde-achtige planeten buiten ons zonnestelsel stapelen zich op. Vooral de Kepler Space Telescope heeft bewezen een zeer succesvol platform te zijn voor het ontdekken van planeten als de onze, waar leven voor kan komen. Gedeeltelijk kunnen we dankzij deze telescoop zelfs kijken naar de geboorte van planeten.

Dat heeft ons veel geleerd over het proces van planeetvorming. Op basis van die kennis zegt het Space Telescope Science Institute (STScI) in Baltimore (VS) zelfs dat slechts acht procent van alle potentieel bewoonbare planeten op dit moment al is ontstaan. De overige 92 procent moeten nog geboren worden.

Tot die conclusie komen de astronomen doordat ze in feite terug kijken in de tijd. Hoe verder sterren en planeten weg staan, hoe ouder ze zijn. Het universum dijt immers uit, zodat licht dat ons bereikt per definitie uit het verre verleden is. We kunnen daardoor zien in welk tempo het universum zich ontwikkeld. Astronomen komen er achter dat dit gebeurt in een aanzienlijk trager tempo dan eerder gedacht.

Dat onze beschaving zo vroeg is ontstaan, heeft volgens de onderzoekers een groot voordeel. Het stelt ons in staat onze kosmische oorsprong te begrijpen. We ‘zien’ in de kosmische achtergrondstraling nog de naweeën van de oerknal. Over ongeveer een biljoen jaar zal alle energie van de big bang zijn opgebruikt door de uitdijing van het heelal. Beschavingen die later ontstaan en vol verwondering naar de sterren kijken, zullen geen duidelijke aanwijzingen meer vinden hoe het universum is geboren.

Het onderzoek is verschenen in de Monthly Notices of the Royal Astronomical Society.