Nieuws

Dáárom gaat de terugweg sneller


De heenweg duurt langer dan de weg terug. Iedereen die op vakantie is geweest, kan dit bevestigen. Maar waarom is dat zo? Wetenschappers dachten altijd dat ‘t ‘return trip effect’, zoals ze dat zo mooi noemden, kwam doordat je de route al kent, maar dat blijkt niet zo te zijn. Niels van de Ven, onderzoeker aan de Universiteit van Tilburg, ontdekte dat het komt door verkeerde verwachtingen.

Foto: BriYYZ

Niels en zijn team lieten 350 proefpersonen met de bus naar de Huishoudbeurs of de Efteling afreizen óf met de fiets naar het bos gaan. De proefpersonen dachten dat de terugweg 22 procent sneller ging dan de heenweg, terwijl íe praktijk even lang was. Vooral de mensen die dachten dat de heenreis heel lang zou duren, schatten de terugreis veel korter in. Reizigers die van tevoren te horen kregen dat de heenreis héél lang zou duren, hadden geen last van het ‘return trip effect’.

Het maakte niet uit of de reizigers via dezelfde route heen én terug gingen of een andere route terug namen. Voor hun gevoel bleef de terugweg korter. Je hoeft de route dus niet te kennen om het effect te ervaren. De wetenschappers denken dat ze dit onderzoek kunnen gebruiken om voorspellingen te doen over de manier waarop mensen de duur van verschillende taken inschatten, ook taken die niets te maken hebben met reizen.

In de nieuwste editie wetenschappelijke tijdschrift ‘Springer’s Psychonomic Bulletin & Review’, ontkrachten de Nederlandse wetenschappers de oude verklaring voor het ‘return trip effect’. Volgens die theorie duurt reizen door een bekend landschap gevoelsmatig korter, omdat de reiziger weet welk deel van de reis hij of zij al heeft afgelegd. De Nederlanders konden deze theorie niet bevestigen.

Follow Faqtman on Twitter