Chinezen vinden onsterfelijkheidsdrankje


onsterfelijkheidsdrankje

Chinese archeologen hebben in een graftombe een bronzen pot gevonden met daarin 3,5 liter van een mysterieuze vloeistof. Na onderzoek bleek het om een onsterfelijkheidsdrankje te gaan, een toverdrank die Chinese keizers en andere hooggeplaatste personen gebruikten om lang te leven en liefst helemaal niet te sterven.

Aangezien het drankje in een tombe is gevonden, is dat in dit geval niet helemaal gelukt.

De gele vloeistof is 2000 jaar oud en ruikt naar wijn. Chemisch onderzoek toont aan dat er kaliumnitraat in zit. Dat is een stof die je ook vindt in kunstmest en explosieven. Het was gemengd met aluniet, een mineraal. Beide geen stoffen die je zou moeten inslikken, maar de Chinezen geloofden waarschijnlijk dat de combinatie heel goed voor je was.

Maar nog altijd beter dan andere toverdrankjes uit het oude China. Er zijn recepten gevonden voor vloeistoffen met daarin opgelost goud, arsenicum en jade. Meerdere Chinese keizers zijn overleden door het drinken van deze elixers, terwijl ze juist hoopten heel oud te worden daardoor.

Het feit dat dit drankje onaangeroerd is gevonden in de tombe, zou ook een aanwijzing kunnen zijn dat je geest het pas na je dood moest drinken. Misschien om het lichaam niet te laten vergaan. Het kan ook zijn dat degene in de tombe niet hoog genoeg stond op de maatschappelijke ladder om het te drinken, zodat het drankje maar als offergave is meegegeven.