Brildragers zijn echt intelligenter


brildragers

Het is een afgekauwd cliché: de studiebol met brilletje die de hele dag met zijn of haar neus in de boeken zit. Hoe goed of slecht je ogen zijn, heeft toch niets te maken met hoe slim je bent? Mis, zeggen onderzoekers van de Universiteit van Edinburgh. Zij analyseerden de genetische gegevens van meer dan 44.480 mensen en komen tot de conclusie dat brildragers wel degelijk intelligenter zijn.

Ze ontdekten dat mensen die hoger scoorden op een intelligentietest over het algemeen bijna 30 procent meer genen hebben die kunnen zorgen voor slechte ogen en dus vaker brildragers zijn. Diezelfde mensen hebben overigens ook betere genen als het gaat om het voorkomen van een hartaanval.

Dit experiment is mogelijk omdat we sinds kort begrijpen welke genen verantwoordelijk zijn voor slechte ogen bij mensen. Het onderzoek naar genen en slimheid staat echter nog in de kinderschoenen, dus de mensen achter deze studie houden een slag om de arm. Er is veel meer werk nodig voor we precies kunnen zeggen waarom intelligentie en slechte ogen bij elkaar lijken te horen.

Wat de onderzoekers ontdekten is genetische aanleg. Dat betekent dat de studiebol uit ons voorbeeld geen slechte ogen krijgt omdat hij de hele dag leest – en dus zijn ogen niet traint – maar omdat hij of zij andere genen heeft dan de kinderen die buiten aan het ravotten zijn. Genen die zorgen voor een beter vermogen om boeken te begrijpen maar tegelijk ook slechte ogen als gevolg hebben.

Voor de studie, gepubliceerd in Nature Communications, werden bijna 45.000 mensen getest. Ze werden onderworpen aan intelligentietests en hun DNA werd uitgeplozen. Het team dat de ontdekking heeft gedaan, gaat verder zoeken om te ontdekken waarom deze link bestaat.