De bossen groeien – maar alleen in rijke landen


bos

Als het goed gaat met de economie, groeien de bossen. Dat ontdekten biologen van de universiteit van Helsinki (Finland) op basis van gegevens van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO). In totaal werden 103 landen en driekwart van alle beboste gebieden onderzocht.

De evaluatie toonde een duidelijke correlatie tussen bomen en de economische staat van een land: van 1990 tot 2015 groeiden de bossen in 1,34 procent per jaar in landen met een hoog inkomen. In de armere landen daarentegen daalde de bebossing met 0,72 procent per jaar. Hoogontwikkelde landen gebruiken moderne landbouwmethoden op goede landbouwgrond en verlaten het grensgebied rond het bos, dat zo beschikbaar komt voor de uitbreiding van het bomenareaal, schrijven de wetenschappers in het tijdschrift Plos One.

Ontwikkelde landen investeren in duurzame bosbouw- en natuurbeschermingsprogramma’s en ze halen steeds meer voedsel en andere goederen uit armere landen. Daarvoor is natuurlijk land nodig; we exporteren dus onze ontbossing.

De onderzoekers vonden geen statistische relatie tussen de stijgende temperatuur op de wereld en de groei van bossen – behalve in Europa, maar daar groeien de bossen al een eeuw lang. Om deze reden zien ze de uitstoot van kooldioxide (CO2) ook niet als oorzaak van de toename van het bosareaal.

Het bosareaal van de aarde is tussen 1990 en 2015 met drie procent gedaald. Nigeria is het meest ontboste land, blijkt uit de studie. Aan de ene kant werden veel oerbossen vernietigd, maar dat werd gedeeltelijk gecompenseerd door nieuwe bosaanplantingen. Die zijn echter veel minder divers, sommige nieuwe bossen bestaan maar uit één soort bomen. Daardoor is de ecologische waarde minder dan die van natuurlijke bossen.