Boerenkinderen krijgen geen astma


boerderij

Kinderen die op een boerderij wonen en contact met veel verschillende dieren hebben, krijgen zelden astma en allergieën. Dat komt omdat een beetje minder hygiëne in de kindertijd goed is voor ons immuunsysteem. Waarom dit zo is, hebben biologen nu ontdekt in experimenten met muizen. Volgens een Belgische studie ligt het aan onderdelen van bepaalde bacteriën.

Deze endotoxinen, de buitenste celmembranen van bacteriën, worden geabsorbeerd door de slijmvliezen en triggeren ontstekingsprocessen. Als dit gebeurt in de kindertijd, beschermt dat tegen astma later, zoals de microbioloog Martijn Schuijs van de Universiteit van Gent ontdekte. Het immuunsysteem leert zo de bacteriën kennen en reageert er daardoor kalmer op later in het leven, zo schrijft hij in Science.

Hij gaf muizen gedurende twee weken endotoxinen in lage doseringen. Daarnaast was er een onbehandelde controlegroep. De dieren van beide groepen werden daarna blootgesteld aan huisstofmijt, die allergische reacties kan veroorzaken bij de mens.

Resultaat: De met endotoxinen behandelde dieren vertoonden geen allergische symptomen, maar de controlegroep wel. Schuijs toonde hetzelfde mechanisme daarna ook aan in menselijk weefsel. Hij experimenteerde met celculturen van longweefsel en zag daarin dezelfde reactie als bij de muizen. Schijnbaar zijn endotoxinen een soort training voor onze afweer.

Probleem is alleen dat we de omgeving steeds schoner maken. Hygiënische doekjes die ‘alle bacteriën doden’ worden in de reclame aangeprezen met het beeld van een lachende baby. Die baby zou er juist veel meer aan hebben als zijn ouders zo nu en dan een paar dieren door de kamer zouden laten rennen. En dan niet opruimen daarna.