Bestaat spiergeheugen wel?


kinderfiets

Wie ooit heeft leren fietsen, vergeet het nooit meer. Zelfs na dertig jaar zonder een fiets te hebben geleefd, kun je weer op het zadel springen en zo weg peddelen. Dat fenomeen valt te verklaren door een verschijnsel dat spiergeheugen wordt genoemd. Doe iets vaak genoeg en je spieren weten exact wat ze moeten doen als je die activiteit weer van ze vraagt.

Maar een experiment van het Karolinska Institutet in Zweden zaait twijfel of spiergeheugen wel bestaat. Ze namen 23 mensen die nooit aan sport doen en lieten die 45 minuten een schopbeweging maken met een van hun benen. Daarna gingen de mensen naar huis, om opnieuw gedurende twaalf maanden geen moment te sporten. Daarna kwamen ze terug in het laboratorium om opnieuw schopbewegingen te trainen, nu met beide benen.

Als er zoiets zou zijn als spiergeheugen, dan zou het eerder getrainde been daar beter in moeten zijn. Om dat te meten werd er van de spier die voor de trapbeweging zorgt een biopsie genomen, zowel van het linker- als rechterbeen. De geoogste cellen werden onderzocht op verschillen, tot op genetisch niveau. Die werden echter niet gevonden.

Als er zoiets bestaat als een geheugen voor bewegingen, dan bevindt zich dat niet in de spieren, maar in het hoofd, concludeert het Karolinska Institutet. Zoals het verschijnsel van de fiets aangeeft, hoef je een beweging niet opnieuw van nul af te leren. Maar de spieren zelf moeten opnieuw worden getraind, zoals iedereen kan beamen die na een gebroken been uit het gips komt en weer gaat lopen.

Use it or lose it, heet het terecht. Volgens de onderzoekers heeft het trainen van spieren meer zin dan rekenen op de geheugenfunctie van het lichaam. Je herinneren hoe je een beweging maakt heeft immers weinig zin als je spieren niet meewerken, schrijven ze in PLOS Genetics.