Baby’s moeten pinda’s eten


pinda

Er is iets geks aan de hand met voedselallergieën. Vijftig jaar geleden had vrijwel niemand er last van, maar de afgelopen twee decennia is het aantal gevallen geëxplodeerd. Zo’n tien procent van de kinderen krijgt tegenwoordig een officiële diagnose. Het aantal ziekenhuisopnames voor een heftige allergische reactie zijn meer dan verdubbeld. Zijn we zo veel gevoeliger geworden, of is er iets anders aan de hand?

Een onderzoek, gepubliceerd in het medische vakblad Jama, geeft duidelijk moderne ouders de schuld. Die stoppen subiet van het aanbieden van een voedsel, zoals pinda’s en eieren, als hun kind ook maar de geringste gevoeligheid daarvoor lijkt te hebben. Terwijl doorzetten van dat voedsel in kleine hoeveelheden kan zorgen dat kinderen over een allergie heen groeien en niet hun leven lang aan een streng dieet vast zitten.

Het onderzoek, uitgevoerd door het South Australian Health and Medical Research Institute, toont ook aan dat kinderen tegenwoordig later beginnen met het eten van ‘moeilijk’ voedsel en daardoor slechter wennen. Het resultaat is opnieuw een grotere kans op allergie. Vooral de gewenning van koemelk, soja, eieren, tarwe, pinda’s, noten, sesam, vis en zeevruchten moet op jongere leeftijd plaatsvinden om later geen problemen te krijgen.

Steeds meer voedingsdeskundigen zijn er er over eens dat kinderen tussen de zes maanden en een jaar moeten beginnen met het eten van voedsel dat enige gewenning vraagt. Ook aanstaande moeders zouden al deze voedingsmiddelen gewoon moeten blijven eten. En ze moeten het nuttigen tijdens de borstvoeding. Zo krijgt de baby al stoffen binnen waaraan het lichaam moet wennen. Ook het blootstellen van kinderen aan huisdieren helpt tegen het ontwikkelen van allergieën.

Helikopterouders die bij het minste op geringste voedingsstoffen schrappen, helpen hun kinderen niet, blijkt duidelijk uit dit (maar ook eerdere) onderzoek. Het eerste levensjaar van een kind biedt een unieke kans om het lichaam te tunen voor een leven zonder allergie.