Nieuws

Babyboomers slechte spaarders


Jongeren hebben hun pensioen beter geregeld dan hun ouders, blijkt uit onderzoek.

De jeugd van tegenwoordig heeft haar oude dag een stuk beter geregeld dan de generatie daarboven, blijkt uit Amerikaans onderzoek. Meer dan een kwart van de babyboomers (geboren tussen 1946 en 1964) betwijfelt of ze genoeg hebben gespaard voor hun naderende pensioen.

Natuurlijk is dat in het huidige beursklimaat moeilijk te zeggen, maar uit het onderzoek blijkt ook dat de babyboomers minder geld opzij leggen dan hun kinderen doen. Slechts 16 procent spaart niet alleen bij zijn werkgever maar ook voor zichzelf. Onder de zogenoemde generatie Y (geboren tussen 1977 en 1989) is dat een kwart.

De kinderen van babyboomers zijn dus een stuk beter voorbereid, en dat blijkt ook uit de verwachtingen die ze hebben. Tweederde van de ondervraagde babyboomers denkt na zijn pensioen er nog bij te moeten werken om de rekeningen te blijven betalen. Onder mensen van generatie Y is dat maar 13 procent.

Mogelijk heeft het gebrek aan spaarzin te maken met de tijd waarin de babyboomers opgroeiden. Eerder onderzoek wijst uit dat je houding tegenover geld voor je 25ste wordt gevormd. Voor de babyboomers gebeurde dat dus in de tijd toen banen en uitkeringen nog veel zekerder waren dan tegenwoordig. Generatie Y groeide op in een tijd waarin baanzekerheid en het sociale vangnet op losse schroeven kwamen te staan.

De jongere generatie neemt de welvaart dus minder als vanzelfsprekend aan, en lijken daarin meer op hun grootouders die de recessie van de jaren ’30 nog hebben meegemaakt.

Follow Faqtman on Twitter