Baby herkent taal


Koreaans nachtleven

Stel je een baby voor die wordt gehoren in Korea. Maar moeder is alleenstaand en arm en geeft haar kind op voor adoptie. Een stel uit Purmerend meldt zich voor de kleine en neemt het kind na de nodige formaliteiten mee naar Nederland. Daar groeit het meisje op in een Nederlandstalige omgeving, ze gaat nooit meer terug. Als ze zes is spreekt ze alleen Nederlands. Daarna leert ze nog Duits en Engels op school. Hoe goed is haar Koreaans?

Je zou zeggen dat ze die taal niet machtig is. En dat klopt natuurlijk, ze is met een heel andere taal opgegroeid. Toch, als ze Koreaans gaat leren, gaat dat sneller dan wanneer haar niet-geadopteerde zusje uit Purmerend dat doet. Zeker waar het gaat om de razend moeilijke uitspraak van die taal. Dat zeggen onderzoekers van de Radboud Universiteit in Nijmegen na een studie van 29 volwassen geadopteerde Koreanen en 29 in Nederland geboren volwassenen zonder Koreaanse roots.

Schijnbaar blijft er in de hersens van baby’s iets hangen van de taal die om hen heen wordt gesproken. Niet genoeg om de taal te reproduceren, maar wel voldoende om later in het leven die taal weer makkelijker te leren. Het vertelt ons veel over de manier waarop we taal verwerven. Eerst puur op klank, pas later komt de structuur er in. Er was geen verschil te zien in kinderen die met zes of zeventien maanden waren geadopteerd. In die periode vult het geheugen zich schijnbaar met de klanken van de taal.

Als experiment moesten zowel de autochtonen als de geadopteerden Koreaanse klanken leren gedurende twee weken. Er waren met opzet klanken gekozen die moeilijk uit te spreken zijn. Daarna werden de deelnemers getest. De geboren Koreanen waren beter in de uitspraak dan de geboren Nederlanders. Gaan ze de taal echt leren, dan zullen ze het makkelijker hebben, denken de onderzoekers.

Het onderzoek is gepubliceerd in Royal Society Open Science.