Nieuws

Archeologisch raadsel opgelost


Het is een van de grootste archeologische mysteries ooit: rond 524 voor Christus verdween een compleet Perzisch leger van 50.000 man in de Egyptische woestijn. Niemand weet waar de manschappen zijn gebleven. Volgens de Griekse geschiedschrijver Herodotus moest het een zandstorm zijn geweest (zoals op deze 19e eeuwse afbeelding). Olaf Kaper van Universiteit Leiden denkt echter dat het een doofpotaffaire is.

Herodotus schrijft over de Perzische koning Cambyses en zijn leger die de Egyptische woestijn nabij Thebe (nu Luxor) introkken om nooit weer terug te keren. De woestijn zou ze gewoon hebben opgeslokt. Volgens Kaper kan een zandstorm niet de boosdoener zijn, dan waren er meer overblijfselen van soldaten en hun uitrusting. Al eeuwen wordt gezocht naar sporen van het leger. Dat er in al die tijd vrijwel niets is gevonden, komt volgens hem omdat het leger in de pan is gehakt. Uitrustingsstukken zijn daarna gestolen.

Volgens de Leidse hoogleraar is het leger verslagen door troepen van de Egyptische rebellenleider Petoebastis III. Die lokte het leger van Cambyses in een hinderlaag en veroverde zo een groot deel van Egypte terug. In de hoofdstad Memphis liet hij zich vervolgens tot farao liet kronen, aldus Kaper.

Het verhaal over de zandduin is dankzij de Perzische koning Darius I de wereld in geholpen. Twee jaar na de nederlaag beëindigde hij de Egyptische opstand. Het gênante verlies Cambyses stopte hij in de doofpot.

Deze nieuwe versie van de gebeurtenissen is bij toeval tot stand gekomen. Samen met New York University en de Universiteit van Lecce, doet Kaper al tien jaar opgravingen in Amheida, waar de gebeurtenissen zich zouden hebben afgespeeld. Kaper ontdekte dat de plek een belangrijke machtsbasis van Petoebastis III is geweest.