Nieuws

Archeologie in de hel


De Sinterklaasstorm van afgelopen december zorgde in noordelijk Europa voor nogal wat overlast. Zo liepen delen van de Duitse stad Hamburg onder. Nadat het water weer weg was, ontdekten bewoners tot hun verbazing aan de oevers van de rivier Elbe ineens een archeologische vindplaats. Die is de plaatselijke overheid nu aan het onderzoeken.

Het gaat om resten van de Tweede Wereldoorlog. In die strijd werd Hamburg hard getroffen. Het strategisch belangrijke Hamburg werd vooral in de zomer van 1943 platgebombardeerd door wat de geallieerden ‘Operatie Gomorrha’ noemden. Daarbij werden 580 industriële complexen en 80 militaire doelen vernietigd. Maar ook 24 ziekenhuizen, 277 scholen, 58 kerken en 277.330 woningen werden van de kaart geveegd.

Na de oorlog werd het puin van de stad gebruikt om de oevers van de Elbe te verstevigen. Dat materiaal is door de storm vrij komen te liggen.

Voor de archeologen is het een rijke vindplaats. Ze treffen vooral veel bouwmateriaal en staal aan. Maar ook grafstenen (waaronder joodse), bierflessen en porselein. Maar het meest opmerkelijk is het vele glas dat ze vinden. Dat is vaak gesmolten en kleeft aan elkaar (foto). Dat toont aan wat een hel Hamburg in de zomer van 1943 moet zijn geweest: glas smelt pas bij temperaturen boven de 1000 graden.

Het onderzoek naar de overblijfselen van het oude Hamburg past in de ontwikkeling dat Duitse historici met een steeds koelere blik naar hun recente geschiedenis kijken. Niet alleen of Duitsland goed of fout was, maar meer naar wat er precies gebeurde tussen 1939 en 1945. Het gesmolten glas vertelt het verhaal van een stad die grondig werd vernietigd.