Nieuws

Archeologen rollebollend over straat


Het is oorlog in de archeologenwereld. Inzet is de vraag wanneer het Amerikaanse continent voor het eerst werd bevolkt. Het ene kamp wordt gevormd door archeologen die de gangbare theorie ondersteunen, dat 13.000 geleden mensen over een ijsbrug tussen Siberië en Alaska liepen en bleven lopen tot ze warmere streken vonden.

Het andere kamp bestaat uit archeologen die dat een achterhaalde theorie vinden. Ze wijzen op recente vondsten in Brazilië en Chili die veel ouder zijn dan 13.000 jaar. Zo zijn in een dunbevolkt deel van Brazilië vuistbijlen gevonden die minstens 22.000 jaar oud zijn. Bloed dat bij indianen is afgenomen, bevat DNA dat ook (en uitsluitend) voorkomt bij inwoners van de Stille Oceaan.

Dus is Zuid Amerika eerder bevolkt en door andere mensen, zeggen de vernieuwers. Het accepteren van een nieuwe theorie gaat echter niet zonder slag of stoot. Tegenstanders zeggen dat de Braziliaanse vondsten misschien helemaal geen vuistbijlen zijn of dat ze wellicht zijn gemaakt door apen. Die hebben ook wel eens werktuigen.

Vooral die laatste opmerking is veel archeologen uit het tweede kamp in het verkeerde keelgat geschoten. ‘Fiedel (de archeoloog die de apen-theorie heeft ontwikkeld) weet niet waarover hij praat. Om te zeggen dat apen deze werktuigen hebben gemaakt is stompzinnig’, zei Tom Dillehay, een archeoloog die oudere vuistbijlen heeft gevonden in Chili afgelopen weekend in de New York Times.

Dat zijn ongewoon scherpe bewoordingen in een wetenschappelijk debat. Het gaat hard tegen hard, maar de nieuwlichters lijken te winnen, steeds meer archeologen zeggen te geloven dat mensen al eerder dan 13.000 jaar geleden naar Amerika kwamen.