Anti-CO2 wet zorgt voor meer CO2


dreamstime_15738666

Het leek zo mooi. In het klimaatverdrag dat in 1997 werd afgesloten in de Japanse stad Kyoto zat een afspraak om CO2 uitstoot te kunnen verhandelen. Wie minder van dit broeikasgas produceerde, kon dat in de vorm van credits verhandelen met een land dat meer produceerde. Uitstootvermindering werd een munteenheid waarmee uiteindelijk minder gas de atmosfeer in zou moeten komen.

Maar nee. Juist door deze afspraak is sinds die tijd 600 miljoen ton CO2 meer de lucht in geblazen, is de uitkomst van een studie gepubliceerd in Nature Climate Change.

Een maas in de wet betekent dat landen eerst broeikasgas konden produceren, om deze gassen vervolgens te verbranden. Daarmee telt het als verminderde uitstoot. Door dat te verhandelen met een ander land – dat daardoor meer kan uitstoten – komt er netto meer CO2 in de atmosfeer.

Het rapport wijst twee hoofdschuldigen aan: Rusland en Oekraïne. Vooral het eerste land heeft het systeem bewust misbruikt om geld te verdienen. Vier chemische fabrieken in Rusland verdienden geld met het produceren van gas om te verbranden. Het is inmiddels minder lucratief, omdat de prijs van CO2-credits is ingestort.

De onderzoekers, onder andere van het Stockholm Environment Institute, waarschuwen dat landen niet meer dit soort desastreuze afspraken moeten maken. Later dit jaar komt de internationale gemeenschap bij elkaar in Parijs om over nieuwe maatregelen tegen klimaatverandering te spreken. Op het programma staat daar onder andere een nieuwe programma voor het verhandelen van credits.