Nieuws

Amerikanen testen luchtschip


Ooit waren ze de belangrijkste luchttransportmiddelen voor de lange afstand: luchtschepen. Toen ging het bij een aantal luchtschepen verschrikkelijk mis en kwamen er betere vliegtuigen. Het luchtschip verdween naar de geschiedenisboeken en leek voorbestemd een voetnoot te worden in de luchtvaartgeschiedenis. In de jaren negentig probeerde een Nederlands bedrijf het luchtschip nieuw leven in te blazen, maar tevergeefs. Ook een Duits bedrijf deed een poging.

Een Amerikaanse firma lijkt nu betere kansen te hebben. De onderneming Aeros heeft met financiële steun van Darpa, de onderzoekstak van het Amerikaanse ministerie van Defensie, een prototype luchtschip gebouwd voor de 21ste eeuw, de Pelican. Dat heeft ten opzichte van de eerste generatie luchtschepen een paar belangrijke veranderingen ondergaan.

De grootste innovatie is dat de Pelican zware ladingen kan lossen zonder ballast aan boord te nemen. Ouderwetse luchtschepen moesten voor iedere kilo gewicht die ze verloren een kilo water aan boord pompen om niet de lucht in te gaan. Het schip van Aeros werkt met helium dat onder druk gezet kan worden. Hoe meer druk, hoe minder opwaartse kracht de helium produceert. Daardoor kan dit luchtschip overal ter wereld ladingen oppikken en weer neerzetten. Handig voor een leger.

Het prototype van de Pelican is 80 meter lang. Uiteindelijk wil Aeros een 150 meter lang luchtschip bouwen dat 66 ton kan vervoeren naar elke locatie ter wereld, zonder hulp van grondpersoneel.