Nieuws

De grote energierevolutie


Wereldwijd neemt het aandeel schone energie toe. Al 22 procent van de opgewekte stroom is afkomstig uit verschillende soorten wind- en zonne-energie. Dat is de uitkomst van een studie die is uitgevoerd door het energienetwerk Ren21 en gepresenteerd bij de Verenigde Naties.

Dat komt vooral door de groei van alternatieve energie in China en ontwikkelingslanden. In Europa en de Verenigde Staten neemt de belangstelling voor zonneparken en windfarms juist af. Er zijn vooral in Europa ook steeds meer protesten tegen de aanleg van grootschalige voorzieningen. De snelste groeier is waterkracht (vooral stuwmeren), gevolgd door wind en daarna zonne-energie.

Opmerkelijk is dat de investeringen in zonne-energie zijn afgenomen, maar dat de output van deze bron toch behoorlijk is gestegen. Wereldwijd wordt al 138 gigawatt opgewekt met zonnecellen. Dat komt omdat de nieuwste generatie cellen steeds efficiënter wordt en meer energie opwekt per cel.

In China wordt in absolute aantallen de meeste energie uit hernieuwbare bronnen opgewekt, gevolgd door de VS. In Europa is Duitsland de onbetwiste nummer één. Nederland loopt achter. Al in 2020 moet 16 procent van de energie uit schone bronnen komen. Ons land zweeft echter al jaren rond de 10 procent. Vooral het aandeel zonne-energie blijft in Nederland sterk achter, zeker in vergelijking met een land als Duitsland.

We moeten uitkijken dat we niet worden ingehaald door ontwikkelingslanden. In 2005 waren er nog maar 15 van dit soort landen die bezig waren met alternatieve energie, nu is dat aantal omhoog naar 95. In veel ontwikkelingslanden worden zonne-energie en waterkracht vooral gebruikt om de energievoorziening betrouwbaarder te maken.