Nieuws

Als de lente komt, verlies je haar


Er komen steeds meer lentedagen. Natuur en mens ontluiken en liefde hangt in de lucht. Maar wat gebeurt er werkelijk in je lijf?

Om met die liefde te beginnen: het is waar dat de lente zorgt voor extra amoureuze gevoelens. Dat is eerder een psychologisch dan een lichamelijk effect, ontdekten onderzoekers van de Ludwig-Maximilians-Universität in München (Duitsland) een paar jaar geleden. We maken namelijk niet meer geslachtshormonen aan. Door het verblijf in de buitenlucht worden we wel vrolijker, waardoor we meer openstaan voor nieuwe relaties.

Het is echter een fabeltje dat de meeste kinderen in de lente worden verwekt. Sinds jaar en dag zijn december en januari de maanden waarop het zaadje het vaakst het eitje vindt. Daardoor is september een topmaand voor verloskundigen en vroedvrouwen. Juist bij kou komen we tussen de lakens terecht.

Dat we van de lente vrolijk worden, is echter geen fabeltje. Het extra zonlicht werkt in op de Nucleus suprachiasmaticus, een deel van de hersens waarin onder andere ons dag-nachtritme wordt geregeld. Door het extra licht wordt minder slaaphormoon aangemaakt, terwijl tegelijkertijd meer dopamine wordt geproduceerd. Dat is een ‘gelukshormoon’ dat onze stemming beïnvloedt.

In de lente moet je wel meer stofzuigen. Niet alleen dieren, ook mensen verliezen dan meer haren, ontdekten Franse onderzoekers in 1996. Twee keer per jaar gebeurt dat, in de lente en de herfst. Die laatste vachtwissel is trouwens heftiger dan in de lente.