Agressie houdt schattigheid in toom


Schattige plaatjes van dieren of kinderen, sociale media staan er vol mee. Blijkbaar vinden mensen het zó fijn om foto’s van schattige jonge dieren of kinderen met grote ogen te zien.
Van te véél schattigheid blijken sommige mensen echter agressief te worden.

Als mensen een overdaad aan schattig te verwerken krijgen, dan kan er iets optreden dat wetenschappers ‘schattigheidsagressie’ noemen. Mensen denken dan ineens ‘ik wil het stevig vasthouden totdat het knapt’ of zelfs ‘ik wil het stukmaken’, aldus een van de psychologen van de universiteit van Californië.

Bij ongeveer de helft van alle volwassenen zouden die gedachten wel eens opkomen. Niet dat ze dan ook echt kleine dieren gaan doodknijpen; het is niet echt een verlangen om iets of iemand schade te berokkenen. De gedachten lijken een onwillekeurige reactie op de overweldigende positieve emotie.

Schattigheidsagressie is vaak verrassend en verwarrend voor mensen die het overkomt. Ze denken dat ze waarschijnlijk de enige zijn die zich zo voelt, en dat ze helemaal niet echt agressief zijn.

De vreemde agressie werd een paar jaar geleden voor het eerst omschreven door Amerikaanse wetenschappers. Het nieuwe onderzoek laat zien hoe schattigheidsagressie eruitziet in de hersenen. Daartoe werd de elektrische activiteit in het brein gemeten van 54 jongvolwassenen terwijl ze naar foto’s van dieren en mensen keken. Er zaten foto’s bij van volwassenen en baby’s. Sommige plaatjes waren aangepast om minder aantrekkelijk te lijken, en andere waren juist extra aantrekkelijk gemaakt, met grote ogen en wangen en kleine neusjes.

Het onderzoek liet zien dat voor alle deelnemers schattige foto’s zorgde voor meer activiteit in delen van het brein die te maken hebben met emoties. Maar hoe meer schattigheidsagressie iemand voelde, des te meer activiteit te zien was in beloningssysteem van het brein.

Dat suggereert dat denken over knuffelen met puppy’s niet alleen te maken heeft met emotie of met bevrediging, maar met beide samen. De combinatie kan overweldigend zijn. De psychologen vermoeden dat dat de reden is dat het brein agressieve gedachten gaan produceren. De theorie is dat die negatieve emoties helpen om de positieve emoties niet uit de hand te laten lopen.

Agressieve reacties op schattige dieren en kinderen helpen ons om iets sneller af te zijn van die overdreven piek, wat een voorbeeld is van ‘dimorfe uitingen van positieve emoties’. Mensen die graag in babywangetjes knijpen en grommen naar de baby zouden ook de mensen zijn die bijvoorbeeld eerder huilen bij bruiloften.