Aardbevingen gletsjers verklaard


alaska-566722_640

In de afgelopen twintig jaar kwamen aardbevingen in Groenlandse gletsjers maar liefst zeven keer vaker voor. Wetenschappers begrijpen nu hoe dat komt. Door heel precies de Groenlandse Helheim-gletsjer in de gaten te houden, ontdekten de onderzoekers dat stukken vallend ijs de gletsjer terugduwen. Dat veroorzaakt een snelle verandering in de waterdruk die voor flinke seismische activiteit kan zorgen, zoals een tsunami of een aardbeving.

Al langer vermoedde men dat aardbevingen in het ijs en het afkalven van gletsjers iets met elkaar te maken zouden hebben. Als er grote stukken ijs in zee storten, gaat dat gepaard met enorm gebulder. Maar hoe het precies komt dat dat ook zorgt voor aardbevingen op land, was tot nu toe een raadsel.

De aardwetenschappers hielden de gletsjer 55 dagen lang in de gaten met GPS-apparatuur en camera’s. Zo kwamen ze er dus achter dat de kracht van afbrekend ijs groot genoeg is om een hele gletsjer een stukje op te laten schuiven. Als het ijs in zee stort, verplaatst het een grote hoeveelheid water. Water van de zeebodem wordt omhoog gezogen om het gat tussen de ijsberg en de gletsjer op te vullen. De combinatie van die opwaarste kracht en het horizontaal schuiven zorgt voor de ijs-aardbevingen.

Door de afbrekende ijsbergen kunnen de Groenlandse gletsjers wel 400 gigatons per jaar verliezen. Onderzoekers zeggen dat het toenemende afkalven een resultaat is van warmere lucht en warmer water, beide een gevolg van klimaatverandering.