Nieuws

Nederland vertrouwt wetenschap


Nederlanders hebben nog steeds groot vertrouwen in de wetenschap, meer dan bijvoorbeeld in de Tweede Kamer, rechters of kranten. Dit concluderen de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) en het Rathenau Instituut. Zij legden een enquête voor aan 800 Nederlanders.

In het onderzoek kregen de respondenten onder meer acht instituties voorgelegd met de vraag hoeveel vertrouwen zij daarin hebben. Het ging om wetenschap, TV, kranten, vakbonden, grote ondernemingen, de regering, de Tweede Kamer en de rechtspraak. Het blijkt dat de wetenschap het meeste wordt vertrouwd. Op een schaal van 1 tot 10 scoort wetenschap gemiddeld ruim een 7. De regering en de grote ondernemingen worden het minste vertrouwd.

Het vertrouwen in wetenschap (en andere instituties) is minder groot bij mensen die laag zijn opgeleid of hoog scoren op gevoelens van maatschappelijk onbehagen. Toch krijgt bij deze groepen de wetenschap nog altijd meer vertrouwen dan elke andere voorgelegde institutie.

Burgers oordelen wel sceptisch over het gedrag van wetenschappers. Zo is bijna 30 procent van de Nederlanders het eens met de stelling dat ‘het regelmatig gebeurt dat wetenschappers hun onderzoeksgegevens aanpassen om de antwoorden te krijgen die ze willen hebben’. Ook zijn er duidelijke aanwijzingen dat het vertrouwen in resultaten van wetenschappelijk onderzoek minder is wanneer dat onderzoek in opdracht van het bedrijfsleven of de overheid wordt gedaan.